trip I -pen, de, Kop van Drenthe, Midden-Drenthe, Zuidoost-Drenthe, Zuidwest-Drenthe, Midden-Drenthe, Zuidwest-Drenthe

Ook: trippe (Midden-Drenthe), (Zuidwest-Drenthe)

  1. houten plankje onder de klomp, inz. van een droogmaker

    In het veen hef e trippen under de klompen, aans zakt e vort (Eext)

    Wij kunt er net mit de trippen over (Pesse)

    Baggeltrappen begunde as de modder stief genog was um der mit trippen over te lopen (Barger Oosterveld)

    domper

    trapper

  2. houten plaat of ring van stro onder paardevoeten tegen het wegzakken in veenachtige grond

    Holten trippen, die ze hier vrogger het peerd andeden as ze op nat land an het bouwen gungen (Padhuis)

    Bie os was eine, dei een peerd had, man dei was niks weerd, want dei kun gien trippen onder hebben (Barger Compascuum)

    strotrip

  3. lage klomp met leertje over de wreef

    Een trippe is een

    holten klompe mit een lèren baand (Dwingelo)

    tripklomp


Zoek meer voorbeeldzinnen...